• De tijd dat er in Quick Boys 1 alleen maar Katwijkers liepen of bij Rijnsburgse Boys alleen maar echte ‘Uien’ in de hoofdmacht stonden, is voorbij. Toch staat de Bollenstreek zeker niet stil op het gebied van jeugdontwikkeling. Daarom maken we met Voetbal in de Bollenstreek een serie verhalen, ‘Blik op de jeugd’, waarin we met verschillende Hoofd Jeugdopleidingen de huidige situatie bij de club bespreken. Wat is de visie van de club omtrent opleiden? Waar ligt de focus op bij een training? Hoe herken je talent en misschien wel het belangrijkst: wanneer zien we dat talent in het vlaggenschip debuteren? De aftrap  van deze serie is voor Rory Roubos van FC Lisse, dat de laatste jaren misschien wel grootste stappen maakt op het gebied van talentontwikkeling.

    Dat de jeugdopleiding van FC Lisse een stabiele lijn omhoog te pakken heeft, werd dit seizoen op verschillende manieren tastbaar. Zo werd de opleiding door de KNVB onlangs gecertificeerd als ‘Regionale Jeugdopleiding’. In die certificering zijn vier gradaties: Lokale Jeugdopleiding, Regionale Jeugdopleiding, Nationale Voetbalacademie en Internationale Voetbalacademie. De opleiding van Lisse evalueerde dus eigenlijk van lokaal naar regionaal en daar is de club trots op. ,,Er zijn genoeg clubs zonder certificering. Dus dat wij nu deze stap maken, is heel mooi. Om een Regionale Opleiding te worden, moet je vijftig onderdelen binnen de organisatie op orde hebben. Dat zit ‘m in het hebben van een loopcoördinatie-trainer en apparatuur voor video-analyse. Maar er worden ook dingen getoetst als ‘samenwerking’ of ‘informatie & kennisdeling”’, verduidelijkt Roubos, die sinds elf maanden in dienst is bij de club.

    Structuur
    De stappen die de club maakt, zijn niet uit de lucht komen vallen. De sterk verbeterde structuur, waaraan alle trainers zich moeten houden en daar ook constant sturing in krijgen, dragen bij aan de positieve ontwikkeling. ,,Wij werken in fases van acht weken. Elke fase heeft een leerdoel. De thema’s ‘aanvallen’, ‘verdedigen’ en ‘omschakelen’ wisselen om de week. Binnen de thema’s hanteren we pijlers: tactiek, techniek, fysiek en mentaal, die we op verschillende manieren terug laten komen. In week zeven en acht van een fase zijn de trainingen ‘vrij’. Dat wil zeggen dat er ruimte is om teamspecifiek te trainen”, duidt Roubos, die zelf ook een voetbalschool heeft, de structuur in een notendop.

    Na elke fase van acht weken is er een evaluatiemoment met alle trainers, om te bespreken of het betreffende leerdoel is gehaald en wat er eventueel beter kan. ,,Door elkaar één keer in de acht weken te blijven zien, voorkomen we ook dat trainers en coaches op een gegeven moment hun eigen plan trekken. Want het blijft de bedoeling dat de trainingsmethodes door de hele vereniging herkenbaar blijven”, vertelt Roubos, die zelf ook trainer is van Volendam Onder-17 en zelf jeugdspeler was bij onder meer Ajax en Haarlem.

    ,,Betere trainers betekent betere spelers.”

    De opvallendste pijler binnen de structuur is het ontwikkelen van het mentale aspect bij de jongelingen. Roubos legt uit hoe dat in zijn werk gaat. ,,In eerste instantie is dat mentale aspect meer voor de trainers. Wij proberen met trainers aan de hand van de DISK-methode  hun voorkeursgedrag te bepalen. Dan worden zij zich meer bewust van hoe zij in bepaalde situaties reageren. Dat moet er toe leiden dat trainers altijd eerst naar zichzelf wijzen en zich afvragen: ‘heb ik er alles aan gedaan om deze speler beter te maken’? Ook moet het ervoor zorgen dat speler en trainer elkaar beter leren begrijpen. Hiermee proberen we dus vooral trainers te verrijken. Want: betere trainers betekent betere spelers.”

    FC Lisse Onder-19 werd vorig seizoen
    kampioen in de Vierde Divisie.

    Een ander belangrijk facet binnen de trainingsmethode van de Lissenaren is het creëeren van een ‘succesmoment’. Elke oefening moet voor elke speler haalbaar zijn, maar het niveau binnen een elftal kan nogal verschillen. Daarom wordt de oefening zo afgesteld dat elke speler uiteindelijk toe kan werken naar het succesmoment: het volledig onder knie hebben van de oefenstof.

    ,,Plezier geeft vertrouwen en vertrouwen zorgt voor ontwikkeling.”

    ,,Stel je doet een pass- en trapoefening op tien meter. Voor een groepje is dat goed te doen, voor een ander groepje te moeilijk en voor weer een paar te makkelijk. Voor degenen voor wie de oefeningen te moeilijk is, verklein je de afstand naar vijf meter. Voor de ‘gevorderden’ kan je naar vijftien meter gaan. Uiteindelijk heeft iedereen als het goed is een moment waarop de oefening goed wordt uitgevoerd. Dat zorgt voor plezier. Plezier geeft vertrouwen en vertrouwen zorgt voor ontwikkeling”, zegt Roubos.

    Scouting
    Om niet alleen karakteristiek te blijven in de manier van opleiden, maar ook de jeugdspelers zelf herkenbaar te houden, hanteert Lisse een aantal richtlijnen als het gaat om scouting. Die beginnen bij het feit dat de Lissenaren pas uitkijken naar talent op andere velden vanaf de leeftijdsgroep Onder-12. Roubos: ,,En daarbij komt dat als we een speler benaderen om bij ons te komen voetballen, hij meteen bij de top vijf van het elftal moet horen. Anders loopt zo’n speler ‘eigen’ jongens in de weg. En dat willen we niet.”

    Ook perkt Lisse de vijver waaruit gevist wordt geografisch in. ,,De straal loopt ongeveer van Nieuw-Vennep naar Noordwijk. We hebben nu wel een beetje te maken met een ‘achterbankgeneratie’: ouders gooien hun kinderen op de achterbank en rijden overal naartoe als ze het ergens anders beter vinden. Ook dat willen wij voorkomen.”

    ,,Als je zo’n plan niet aanbiedt zijn ze vertrokken naar Kagia.”

    Driejarenplan
    Uiteindelijk heeft dit alles natuurlijk maar één doel: het moet leiden tot een constante doorstroom van talent naar het eerste elftal. Het is iets dat in het algemeen steeds lastiger is de laatste jaren, vanwege het toenemende niveau van het amateurvoetbal. Zeker op divisieniveau, waarop Lisse voetbalt. Toch komt er bij de derdedivionist steeds meer regelmaat in het doorstromen van talent. Zo zijn Mubarak Adouch en Bas Gozeling, spelers die het meest recent de overstap naar het vlaggenschip maakten, zeker geen uitzonderingen meer volgens Roubos.

    Dat komt ook door een aparte benadering in het vasthouden van talentvolle spelers na de A-junioren. ,,Ik ben geen Hoofd Jeugdopleiding, maar Hoofd Opleiding. Dat wil zeggen dat het tweede team ook bij de opleiding hoort. Dat team is heel belangrijk in het overbruggen van het grote gat tussen het eerste en de A-junioren”, vertelt Roubos. ,,Zo stellen we voor alle spelers die uit het Onder-19 team komen een driejarenplan op. Dit om alles eruit te halen wat erin zit en richting het eerste elftal te groeien. Als je ze zo’n plan niet aanbiedt en ze gewoon in het diepe gooit, dan zijn ze zo vertrokken naar bijvoorbeeld een Kagia waar ze wel in het eerste kunnen spelen.”

    ,,Ik denk echt dat er nog minimaal drie spelers in de Onder-19 zitten die binnen twee jaar het eerste elftal aantikken.”

    Op deze manier krijgt talent dus langer de tijd en maakt het een grotere kans om het hoofdveld van Ter Specke te halen. ,,Ik denk echt dat er nog minimaal drie spelers in de Onder-19 zitten die binnen twee jaar het eerste elftal aantikken. Wie dat zijn? Dat is nu even niet belangrijk.”

    ,,Dat de doorstroom bij FC Lisse nu goed uitpakt, heeft natuurlijk ook met een hoofdtrainer te maken. Robbert de Ruiter is daar natuurlijk ontzettend belangrijk in. Hij schroomt niet om een beroep te doen op de jeugd. Ik weet niet of FC Lisse hem daarop heeft geselecteerd, maar het past nu perfect in het plaatje.”

    ,,Ik vind sowieso de hele houding van de club en de medewerking van iedereen binnen de vereniging, van vrijwilliger tot bestuur, bijdragen aan deze groei. En dat merken we: FC Lisse trekt aan. Dat is heel goed om te zien.”

    Foto’s: Hubert Habers

    Artikel VIDB
    Mart Spierdijk | 13 december 2018